Plotseling schrik ik wakker. De zijkant van de tent beweegt en even later hoor ik een klein kind huilen. âDat gejank ook altijdâ, mompel ik in een humeurige toon. Ik wrijf door mân ogen en ga rechtop zitten. Het was een mooi feestje gisteravond. De muziek was weer goed, er ontstond zelfs een spontane danswedstrijd tussen de Italiaanse jongeren en âonsâ, de Hollandse aanhang. Naast me ontwaakt Thomas, leeftijdsgenoot van me en zoon van de eeuwige vakantievrienden van mijn ouders. Zon, strand en bloedmooie meiden van onze leeftijd; samen met mân grote vakantievriend, waar ik al voor de vijftiende keer mee optrek in deze tijd van het jaar, beleef ik weer een uitstĂ©kende zomer.
Wanneer ik gapend en rekkend de tent uitstap, kijken acht ogen me aan. Mijn ouders zitten met hun twee vrienden Enno en Ans, de ouders van Thomas, aan de picknicktafel. Dat ding hebben we voor mân gevoel al sinds de middeleeuwen, en toch leeft-ie nog. Onvoorstelbaar. Thomas en ik schuiven aan. Zoals we iedere ochtend kunnen verwachten, rolt er weer een flauwe opmerking over de tafel. âHeeft er vannacht iemand op jullie gezicht gezeten?â grapt mân pa. Enno doet er een schepje bovenop met: âVast geen meisje, want die durfden jullie gisteren weer niet aan te spreken.â Thomas en ik kunnen erom lachen. Soms hebben we er totĂĄĂĄl geen zin in, de bemoeienis en grappenmakerij van die ouwelui, maar meestal krullen onze mondhoeken naar boven.
Mijn broertje Maurice, bijna vier jaar jonger dan ik, staat al weer te huppelen in zijn zwembroekje met een strandbal in zijn handen. Hij wil weer zwemmen. Na een simpel broodje pindakaas en een beker melk (dat ontbijt moet niet te lang duren natuurlijk), verlaten we de vouwwagen van mijn ouders en de caravan van die van Thomas. Er is geen tijd te verliezen; een nieuwe dag om onbekenden aan te spreken. Jongens, meisjes, en nog meer meisjes. Het liefst meisjes, want op de camping lijken ze extra leuk. En ieder jaar worden ze leuker. Deze zomer ben ik zelfs echt verliefd. Het verbaast me dan ook niets dat ik geen vlinders meer voorbij zie komen rond de tent; ze bevinden zich allemaal in mijn buik deze twee weken.
Na gedol en gestoei in het kleine maar heerlijke zwembad, zoeken we een stoel op het terras op. Thomas en ik zetten onze zonnebril op. Stoer doen voor de meisjes, natuurlijk. Wat denk jij dan? Mijn broertje pakt snel de dure bril van zân vader, om er ook bij te horen. Hij heeft altijd wel vriendjes op de camping, maar meedoen met zijn oudere broer en Thomas is veel mooier. Onze ouders komen er bij zitten. âLekker gezwommen jongens?â vraagt mijn moeder. Drie hoofden knikken. âLekker zonnetje weer! Vanavond maar eens de barbecue opzetten, Tim?â vraagt Enno met een ernstig gezicht. âDat vinden die jongens vast niet lekkerâ, antwoordt mân vader. Alle drie schieten we omhoog uit onze stoel: âJawel! BarbecueĂ«n! BarbecueĂ«n!â Het definitieve antwoord is er nog helemaal niet, maar de rest van de camping zal ongetwijfeld het idee hebben dat wij wel eens zouden kunnen gaan barbecueĂ«n vanavond.
âs Avonds dip ik telkens een nieuw stukje stokbrood in de satĂ©saus, alsof ik dagen niet gegeten heb. âHou je nog wel een plekje over voor het vlees?â vraagt mân vader glimlachend. âHet is bijna klaar.â Terwijl ik met een mond vol brood en saus âjaâ probeer uit te spreken, weet ik dat ik weer eens te snel eet, zoals altijd. Een halfuurtje later duik ik de tent van de vouwwagen in. Gel indoen, lekker veel vanavond, schoon shirt aan, lange broek aan en schoenen. Klaar voor een avond gezelligheid met onze leeftijdsgenoten op de camping. Met onze nieuwe vrienden. Thomas staat al klaar als ik de tent weer uitloop. âGaan jullie al weer weg?â vraagt Ans. Maurice, Thomas en ik knikken, en terwijl we al weglopen van de vouwwagen en de caravan, horen we achter ons: âVeel plezier! Zolang jullie vanavond nog maar even gezellig bij de tent komen zitten.â
Het is jĂĄren geleden, en toch nog zo vers in het geheugen. Op de camping, met Thomas, zijn ouders, mân eigen pa en ma, mijn broertje en de vouwwagen. Inmiddels behorend tot het verleden, maar letterlijk en figuurlijk een warme herinnering.
Yannick La Gordt Dillié (23)
@yannicklgd
www.yannicklgd.wordpress.com