De gevolgen van een scheiding

Kiki van der Meijden
01 sep 2015

Het artikel van het NRC over de gevolgen van een echtscheiding voor kinderen, waar Iris afgelopen zondag ook over schreef, maakte ook in mij veel los. Het artikel concludeerde: ruziënde ouders zijn nog schadelijker voor de ontwikkeling van kinderen dan gescheiden ouders. En juist over dat laatste kan ik sinds kort meepraten, terwijl mijn ouders al zo’n zeven jaar uit elkaar zijn.

Bij een scheiding is ‘teveel ruzie’ dikwijls de doorslaggevende factor. Mijn ouders hadden nooit ruzie. Maar dan bedoel ik ook echt nooit. Misschien een keer wat woorden, maar daar bleef het bij. Ik was degene die ruzie met ze maakte, zeker in mijn puberteit. Maar dat was geoorloofd, ik was met recht een puber. Nu zijn we zeven jaar, verschillende huizen en woonplaatsen verder en zijn we er als gescheiden gezin –wat mij betreft- alleen maar op achteruit gegaan.

Soms zit je zo met jezelf in de knel, met de hele situatie, dat je handelt uit vluchtgedrag. Ik heb dat ook gehad, maar met therapie kunnen ombuigen. Het wordt pas lastig als een kind van gescheiden ouders van de ene naar de andere ouder vlucht, omdat de situatie bij de andere ouder in eerste instantie beter lijkt. Dat dat vaak een illusie is, komt pas veel later aan de orde. Helaas is het kwaad dan al geschied. Want mama beschuldigt papa van valse beloftes en papa zet dochter op tegen mama, want ‘ze luistert niet naar je gevoel’.

Nu, zeven jaar nadat ze gescheiden zijn, hebben mijn ouders ruzie over de voogdij van hun meerderjarig kind met vluchtgedrag. Ze durven allebei niet los te laten. Verlatingsangst noemen ze dat. En kinderen creëren op hun beurt weer loyaliteitsproblemen. Een vicieuze cirkel blijft in stand.

De beste optie blijft nog om écht voor jezelf te kiezen. Een eigen plek, een veilig huis en een psycholoog die met jou werkt aan je knelpunten. Net zoals ik gedaan heb.

Het is niet de scheiding die kinderen belemmert in hun ontwikkeling. Het zijn de gevolgen van een scheiding, die zich uiten in ruzie en loyaliteitsproblemen. Wij zijn niet het probleem van onze ouders, maar worden het vanzelf.

Maria (21)